U bent hier

’Jongeren zijn voor ons de meest interessante doelgroepen voor tijdelijke huurcontracten’

Ronald de Konink en Melvin Pool

Sinds 1 juli 2016 is de Wet Doorstroming Huurmarkt deels van kracht gegaan. Het huurrecht kende tot nu toe alleen nog bepalingen voor ouderen, gehandicapten en studenten. Ronald de Konink (senior projectleider Strategie) en Melvin Pool (senior adviseur strategie) van Woonstad Rotterdam leggen uit wat de nieuwe wet voor hen in de praktijk betekent.

De nieuwe wet breidt de mogelijkheden voor tijdelijke huurcontracten uit. Een deel van de woningvoorraad kan zo makkelijker gereserveerd worden voor doelgroepen die nu lastig aan passende huisvesting kunnen komen. Speciaal geschikte woningen blijven op die manier beschikbaar voor de doelgroep. Dat draagt bij aan een efficiënter gebruik van de woningvoorraad. Ook komt er een contract van maximaal vijf jaar voor onzelfstandige woonruimte. Dit biedt corporaties de mogelijkheid om huisvesting voor bijvoorbeeld vergunninghouders op termijn om te zetten in reguliere woningen.

Voorrang voor jongeren

‘Woonstad Rotterdam heeft al beleid waarbij jongeren tot 23 jaar voorrang op een betaalbare huurwoning hebben’, vertelt Melvin Pool. ‘Jongeren en studenten zijn voor ons ook de meest interessante doelgroepen voor dit soort tijdelijke huurcontracten. Grote gezinnen van minimaal acht personen zijn dat niet, omdat Woonstad Rotterdam vooral veel gestapelde bouw en een beperkt aantal eengezinswoningen heeft. Bovendien heb je voor grote gezinnen van minimaal acht personen minstens zes kamers nodig. Waar wij wel mee worstelen, is de verplichting in de wet om alle woningen waarin jongeren gewoond hebben en die vrijkomen opnieuw voor deze doelgroep beschikbaar te houden. Sommige wooncomplexen zijn namelijk minder geschikt of aantrekkelijk voor jongeren. Onze assetmanagers zijn nu bezig om in kaart te brengen welke woningen wel en welke niet voor die specifieke doelgroep geschikt zijn.’

Goed monitoren

De Konink: ‘Uiteraard gaan we dit proces goed monitoren en erover rapporteren. Wat zijn straks de effecten op de woningmarkt? In welke mate helpt het tijdelijke huurcontract de doorstroming te bevorderen? Komt er straks meer aanbod van of vraag naar betaalbare huurwoningen? En komt dit door de aantrekkende woningmarkt of door de tijdelijke huurcontracten? Wordt hij of zij hierdoor gedwongen door een tijdelijk huurcontract of is het een eigen beslissing om naar een andere woning te verhuizen? Moeten we het aantal woningen onder de 410 euro kunstmatig op die prijs houden om onze voorraad op peil te houden? Of is dat helemaal niet nodig? Allemaal vragen waarop we nu nog geen antwoord hebben. Wij werken nu met een automatiseringssysteem waar meerdere wooncorporaties in Nederland mee werken. Het inregelen van het proces van de nieuwe tijdelijke huurovereenkomsten zit nu nog niet in ons primaire systeem. Omdat contracten pas na vijf jaar worden opgezegd, is het niet noodzakelijk om dat nu al te regelen. Wel willen we het proces op korte termijn zo inregelen, dat duidelijk wordt wat we gaan doen als een woning vrijkomt doordat jongeren zelf tussentijds de huur opzeggen.’